Georges Rodenbach vs. George Minne

Op de Begijnhofdries staat het beeld Bruges-la-Morte. Het betreft een gedenkteken dat George Minne realiseerde ter nagedachtenis van Georges Rodenbach. Het beeld, een allegorische figuur verwijzend naar de gelijknamige roman (1892) van Georges Rodenbach, kwam er op voorstel van onder andere Emile Verhaeren en Maurice Maeterlinck (1899). Op 19 juli 1903 werd het ingehuldigd met redevoeringen van onder andere Gustaaf D’Hondt en Emile Verhaeren, ondanks het protest van katholieke flaminganten. Eens temeer protest. Aanvankelijk wou men het beeld een plaats geven aan de ingang van het Brugse begijnhof.

Dit voorstel werd zelfs gesteund door baron Ruzette, gouverneur van West-Vlaanderen. Evenwel stuitte men op bijzonder hevig verzet. Ondermeer het Brugse Davidsfonds, onder leiding van E.H. Dequidt, riep alle andere afdelingen in het Vlaamse land op om een protestbrief te ondertekenen. Het feit dat Georges Rodenbach tijdens zijn leven stelling genomen had tegen het project ‘Brugge-Zeehaven’, omdat hij de mening was toegedaan dat Brugge hierdoor haar poëtisch karakter zou verliezen, werd hem zwaar aangerekend. Daarenboven omschreef men zijn werken als onzedig, wulps en anti-katholiek. Het Brugse katholieke gemeentebestuur belandde in een padstelling. Het ‘Rodenbach-comité’ trok dan maar met haar voorstel naar Gent.

‘Het Brugse katholieke gemeentebestuur belandde in een padstelling.’

WAAROM IN GENT?

Georges Raymond Constantin Rodenbach zag het levenslicht te Doornik op 16 juli 1855. Hij stamde af van een Roeselaarse familie, waaruit ook Albrecht Rodenbach, een Vlaamse dichter, zou geboren worden. In 1885 vestigden zijn ouders zich te Gent en gingen er wonen aan de Coupure. Het middelbaar onderwijs volgde Georges Rodenbach aan het Gentse Jezuïtencollege Sint-Barbara in de Savaanstraat. Hierna studeerde hij rechten aan de Gentse Universiteit en behaalde in 1878 de titel van ‘doctor in de rechten’. Nog in datzelfde jaar liet hij zich inschrijven bij de Gentse balie.Vooraleer zijn stage aan te vatten vertoefde hij enige tijd in Parijs, alwaar hij zich bijzonder aangetrokken voelde tot de literaire kringen. In 1879 keerde hij terug naar Gent en begon er zijn stage.

Niet alleen bereidde de jonge advocaat zijn pleidooien voor, bovendien legde hij zich verder toe op het literaire werk. Zo gaf hij in 1881 en 1883 lezingen voor de ‘Cercle Artistique et Littéraire’ te Gent. In 1883 vestigde hij zich aanvankelijk te Brussel, maar vertrok in 1888 naar Parijs alwaar hij in 1898 overleed en begraven werd op het kerkhof ‘Père-Lachaise’. De beeldhouwer George Minne overleed op 18 februari 1941 en vond zijn laatste rustplaats in de schaduw van de Latemse Sint-Martinuskerk. Enkele andere werken van Georges Rodenbach : L’Hiver mondain, La jeunesse blanche, Le règne dus silence, Agonies de villes, La vocation, Le carillonneur, Le musée des béguines, Le rouet des brumes, Les vies encloses, Le miroir du ciel natal, Trésor des humbles.